Bollenvogels

In februari komen de tulpen bovengronds die met de bloemen in het voorjaar het groene polderland gaan kleuren. De tulpen worden gekopt, net onder de bloem. Hierna blijft het gewas op en hoogte van 20-40 cm staan, en groeit ondergronds de bol verder. Vanaf half juni tot ver in juli worden deze bollen geoogst. Vanaf maart tot tenminste half juni blijft de grond met rust en worden nesten dus niet bedreigd. Wel worden de velden deze gehele periode regelmatig beregend met grote installaties. Als de bloemen gaan bloeien worden ze nagelopen op afwijkingen, waarna ze machinaal worden afgesneden. Daarna is er rust tot de oogst.

Net zoals andere bouwlandpercelen tussen graslanden trekken tulpenpercelen kieviten en scholekster als broedvogels aan. Daarnaast is de gele kwikstaart een algemene broedvogel in de tulpen. Voor deze soort is een rustperiode tot half juni of nog later, lang genoeg om eieren uit te broeden en kuikens te doen opgroeien. Dit gebeurt dan ook en kuikens van kievit en scholekster verblijven graag in tulpenvelden, waarbij het regelmatig beregenen juist een voordeel is. Ook tureluurs leiden hun kuikens graag naar tulpen.

Gele kwikstaart, foto Henk Post