Een droge boel in West-Friesland-West, Mijzen en Beetskoog! 

In de titel ligt al veel besloten!  Dit jaar was er weer één die de spanningen deed oplopen als het gaat om een succesvol weidevogelbroedseizoen. En helaas moet ik concluderen dat het een zeer matig broedseizoen was. Ondanks de inspanningen die gedaan zijn op het gebied van plasdrassen in stand houden én zelfs nieuwe aanleggen, én het extra vernatten door nieuwe pompen op greppels in gras- of bouwland te zetten.

De kieviten waren zoals gewoonlijk op een aantal plaatsen in maart al druk bezig met vlaggen, kuiltjes draaien, baltsvluchtjes en ook al vlot het eerste ei. Op 3 maart zag ik de eerste grutto (op het land van Hoebe in de Lage Hoek) druk eten uit de grond halen om zijn vetvoorraad op dikte brengen. Immers broeden en lange afstanden vliegen kost veel energie. De pompen voor de plasdras, een flink aantal meer dan vorig jaar, werden in het veld geplaatst, het gras groeide lekker.

De tureluurs tuuterden al hier en daar een beetje en de slob- en krakeenden jakkerden boven de weilanden. Kortom het voorjaar diende zich steeds luider aan en die geluiden klonken vol hoop zo begin april. Kemphanen tankten bij onder andere in de plasdras van den Hertog in de Beetskoog. Ze moesten nog een eindje noordoostelijker. Een vroege grutto zat al op eitjes.

Maar…  het was wel al lang droog, en het bleef droog. Zo ergens half april viel er een kentering te constateren op aantallen broedparen grutto’s en tureluurs. Het werd rustiger. Je moet wel bij je voedsel kunnen komen met je snavel en in de steeds maar harder wordende bodem lukt dat niet. Dus opvallend veel weidevogels langs greppels en sloten en nog te weinig op broedlocaties. Een soort wachten voor betere tijden. Tegelijkertijd werd er natuurlijk de laatste week van april al gemaaid op sommige plekken. De eerste vogels gooiden begin mei de handdoek dus in de ring door voedseltekort en maaiwerk.

 

De plasdrassen deden het goed! 

Gelukkig niet overal droge tijden: de  plasdrassen deden het goed en ook de nieuwe bij van Stralen met een goed groeiende weidevogelstand. Er werden later in mei zelfs extra vernattingsmaatregelen ingezet ter voorkoming van nog erger. Een sloot werd op hoger peil gezet en in de Mijzen extra pompen bij meerdere greppels. Meer kansen dus, en dat was met name op de laat maaien stukken. Vaak zijn deze ook gevarieerder in groei en bloei, zeg maar kruidenrijker en dus nog niet inzetbaar als broedlocatie. Maar de broedresultaten stonden onder hoogspanning. De jonge vogels hadden het moeilijk, te weinig prooidieren. En als je honger hebt en er zweeft van alles boven je, dan ben je sneller slachtoffer aan predatoren als kraai, kauw, bruine kiekendief, reiger, meeuwensoorten, vos enz. Zeker als de spoeling dun is en de bodem hard.

Dus samenvattend concludeer ik dat het een zeer matig broedseizoen was. Een ideaal broedseizoen bestaat ook eigenlijk niet. Er is altijd iets wat de omstandigheden ieder jaar anders maakt. Aan de ene kant is dat natuurlijk niet leuk, maar met creativiteit leert dat ons om het nog beter te doen. Leren van de slechte zaken en de goed lopende zaken versterken dus. Laat 2021 maar komen.

Jan Zijp

Veldmedewerker ANV Hollands Noorden