Akkervogels

ANV Hollands Noorden zet zich vanaf het najaar van 2015 ook meer in voor het creëren van een goed foerageergebied voor de boerenlandvogels. Boerenlandvogels zijn, naast de gangbare weidevogels die steeds meer op het bouwland foerageren en broeden, ook de akkervogels zoals patrijzen, gorzen, piepers en kwikstaarten. Een beter foerageergebied kan worden gecreëerd door meer rust op de akkers tijdens de broedperiode of een groter voedselaanbod in de winterperiode. De deelname van de open teelten (akkerbouw of tuinbouw) aan het stelsel voor agrarisch natuurbeheer biedt voordelen voor uw bedrijf. Niet alleen ecologisch maar ook als het gaat om duurzame bedrijfsvoering (betere bodem- en waterkwaliteit, aanwezigheid natuurlijke vijanden in aangelegde akkerranden).

Patrijzen, foto Henk Post

 

Patrijzenhaag

Overweegt u om komende winter extra heesters op of om u erf aan te planten. Overweeg dan een patrijzenhaag. Een patrijzenhaag is een gemengde haag met streekeigen beplanting van soorten die breed uitlopen. Deze struiken groeien in parapluvorm, zodat ze veel beschutting geven aan de broedende patrijzen. Plant de patrijzenhaag aan in die gebieden waar de patrijs al voorkomt en help daarmee de populatie uitbreiden. Zo zorgen jullie ervoor dat er ook in de toekomst jonge patrijzen scharrelen in het landschap. Het assortiment en het beheeradvies kunt u nalezen op onze website. Op dit moment is er geen vergoeding beschikbaar voor de patrijzenhaag.

Foto: Johan van der Vegt

Samenstelling patrijzenhaag 

Wetensch. naam

Ned. Naam

%

 

Crataegus monogyna              

Eenstijlige meidoorn                

30%

 

Rosa canina/rubiginosa        

Hondsroos/Egelantier            

20%

 

Cornus sanguinea                    

Rode Kornoelje                    

15%

 

Mespilus germanica                 

Mispel                                    

5%

 

Acer campestre                      

Veldesdoorn                          

10%

 

Ligustrum vulgare                    

Liguster                                   

20%

( niet bij paarden)

       

 

   

Aanplant en beheer:

Plantverband: 1-rijig; 4 st./m1

Na inplant duurt het tussen de 4-6 jaar voordat een hoogte van 2 meter bereikt wordt. Als de haag meer dan 2 meter hoog is, dan terugzetten tot een hoogte van 1 á 1,5 meter.

De haag zal aan beide zijden uitlopen tot een breedte van 2 tot 3 meter. Totale breedte 4 tot 6 meter. Heeft hij die bereikt dan kan de haag cyclisch wordt gesnoeid. In jaar 4 de ene kant, in jaar 5 niets doen, in jaar 6 de andere kant. Hierdoor is er altijd een zijde die voldoende dekking biedt en vruchten draagt.

Het snoeien mag bij voorkeur niet dichter dan 20cm op de stam gebeuren.

Onder de heg, over een breedte van minimaal 4 meter gefaseerd maaien en afvoeren om spontaan ontwikkelende kruiden een kans te geven.