Algemeen

In de weilanden van West-Friesland en Wieringen vindt er weidevogelbeheer plaats. Doelsoorten hierbij zijn:

grutto, tureluur, kievit, scholekster, gele kwikstaart, graspieper, slobeend, veldleeuwerik en zomertaling

Speerpuntsoorten zijn: grutto, tureluur, kievit en scholekster.

Voor de grutto is er onlangs een Aanvalsplan gelanceerd. U vindt hieronder meer informatie. Evenals de resultaten van het afgelopen seizoen beschreven door  veldmedewerker. Daarnaast  zijn er tips voor het weidevogelbeheer  op een rijtje gezet. Ook voorbeelden van het het vernatten van greppels en de waarde hiervan voor de weidevogels leest  u hier. En voor nog  meer informatie over de grutto kunt u de factsheel lezen van Vogelbescherming Nederland.

Aanvalsplan grutto

26-10-2021

U heeft er vast al iets over gezien of gelezen in de media: het Aanvalsplan Grutto. Als collectief zijn we gevraagd mee te denken over de mogelijkheden in ons werkgebied.  Er is nog veel onzeker over het plan en veel vragen kunnen nog niet worden beantwoord. Een aantal dingen weten we echter al wel. 

Lees meer

Resultaten weidevogelbeheer 2021

2021 Wieringen en Schagen (door: Herman Vos)

Het weidevogelseizoen op Wieringen geeft een erg wisselend beeld te zien. Kort door de bocht gezegd: waar geen noemenswaardige predatie is vastgesteld hebben weidevogels een veel beter jaar achter de rug dan vorig weidevogelseizoen.

Mede dankzij een mooi mozaïek en de inzet van veel deelnemers (hetzij in de vorm van het uitstellen van de maaidatum, inunderen van greppels, aangepaste beweiding, uitgestelde bewerking op bouwland of de aanleg van kuikenvelden) zijn in grote delen van Wieringen meer kuikens vliegvlug geraakt dan vorig jaar.

Vooral op de plekken waar zonnepompen staan met plas dras situaties is een toename te zien van allerlei weidevogelsoorten, op die plekken zijn ook kritische soorten zoals de zomertaling en slobeend territoriaal waargenomen.

Helaas waren in het westelijke deel van Wieringen, met extra maatregelen om predatie te weren, de verliezen groot.  Om het broedseizoen zo optimaal te laten verlopen is een extra plas-dras situatie gerealiseerd, opgaand hout verwijderd en zijn ultrasone wildverjagers bij dammen geplaatst. Opvallend was dat op wildcamera’s duidelijk te zien was dat vossen niet door de dammen liepen waar wildverjagers opgesteld stonden. Van de 96 territoria in de Westerlanderkoog  (32 grutto, 26 kievit, 17 scholekster, 21 tureluur)  en de bijna 64 gevonden legsels in de Normerpolder (11 grutto, 10 kievit, 33 scholekster 10 tureluur)  is nauwelijks tot geen broedsucces vastgesteld. In bijna alle gevallen was predatie of verlaten de hoofdoorzaak.  Op camerabeelden zijn alle martersoorten, rat, egel, kat, kauw, zwarte kraai en vos waargenomen. Vooral de permanente aanwezigheid van vossen baart de ANV grote zorgen.

Schagen en Schagerbrug

De ontwikkelingen rondom het Keinsmerwiel zijn ronduit spectaculair te noemen. Dankzij twee grote plasdrassen van in totaal zeven hectare en een mozaïek van kruidenrijke graslanden, beweiding en laat maaidatum percelen zijn de territoria meer verspreid en de aantallen weidevogels flink toegenomen. In luttele jaren is dit gebied uitgegroeid tot een waar vogelparadijs.

In totaal zijn 79 territoria vastgesteld  in een gebied van ruim 100 ha:  23 grutto, 10 kievit, 12 scholekster, 4 tureluur, 15 kluut, 15 visdief. Eendensoorten niet vermeld. Predatie bleef uit in dit gebied en dat was te merken in het broedsucces. De broedresultaten waren ver boven verwachting. Het broedresultaat van de grutto lag tot zelfs rond de 100%. Absoluut hoogtepunt was de alarmtelling waarbij meer dan 60 grutto’s al of niet alarmerend boven de hoofden van twee vrijwilligers en twee veldmedewerkers hingen. Naast de hoge aantallen territoria foerageren grote aantallen vogels op de plasdrassen om op te vetten. Soms honderden steltlopers en allerlei soorten waterwild.

De waterberging ten oosten van Schagerbrug maakt mindere jaren mee. Een klein botanisch pareltje waar nog scholeksters, slobeenden , graspiepers en tureluurs broeden. Grutto’s en kieviten zijn verdwenen.

Grote groepen niet territoriale kauwen veroorzaken in dit deel veel verstoring.

St Maartensvlotbrug

Op de percelen van Blokker Bloembollen en Biologische bloembollenbedrijf van Huiberts waar wintervoedselakkers en akkerranden zijn gerealiseerd zijn tijdens verschillende telronden veel territoria van de veldleeuwerik (25) en de gele kwikstaart (22) vastgesteld. Een waar feest om te tellen.

Temeer omdat ook soorten als graspieper, kneu, scholekster, kievit, patrijs (allemaal doelsoorten) ook kwartel fazant, groenling, sperwer, torenvalk en buizerd waargenomen zijn.

 

2021 Lagehoek , Hensbroek tot aan de Leekerlanden (door: Jan Zijp)

 

En zo zit je dan achter je bureau en ben je bezig met een verslag. Tijd gaat snel. De eerste actie, eind maart, was een uitgebreide controleronde van de pompen die zorgen voor de noodzakelijke plas/drassigheid. Een magneet voor onze weidevogels.

Op een enkele na draaiden ze allemaal én meteen gebruik maken van de gelegenheid om even links en rechts een praatje te maken én een blik of er al vogels met nageslacht aspiraties aanwezig waren. In de Lage Hoek leek er zowaar één kievit buitelend letterlijk wat koude drukte te maken.

Oude bolwerken deden het goed, zoals Lage Hoek, Westerveer, Leekerlanden. Maar opvallend genoeg waren de positieve ontwikkelingen in Hensbroek nog beter dan het jaar daarvoor. Veel vogels pendelden rechtstreeks van de Weijdemeer bij Obdam richting Hensbroek. Een schijnbaar mooie ontwikkeling die in de loop van het broedseizoen alleen beter werd. Een toename van broedvogels was ook heel duidelijk te horen en te zien bij van Stralen in Obdam bij de grote plasdras, en de pomp met greppelplasdras trok veel bekijks van tureluurs en nog meer grutto’s. Zo ook bij Pool in de Leekerlanden, waar de vogels het ingezaaide kruidenrijke grasland wisten te vinden.  

Teleurstellingen waren er ook met name in en rond Spierdijk. De vos misschien toch nog actief, net als bruine kiekendieven, kraaien, kauwen en vooral ook zilver- en kleine mantelmeeuwen uit Hoorn en Heerhugowaard. Daar broeden ze op daken van bedrijfsgebouwen en gaan uit eten voor het gezin. Ze zijn dan te zien op paaltjes in sloten in West-Friesland.

Eind april zag ik de eerste gruttopullen lopen bij Hoebe in Lage Hoek en zo werden het er meer, maar het verwarrende dit jaar was dat er nog veel grutto’s door de aanhoudende kou hun eitje binnen hielden. Voordeel was dat de grasgroei trager op gang kwam en dus veel later in het seizoen pas gemaaid werd. Hierdoor konden de jonge vogels het ondanks de kou toch rustig en onopvallend groeien.

Tijdens de laatste rondes, zo half juni, nog steeds veel vogels gehoord en gezien. De vele tureluurs, grutto’s en scholekster én op de akkers veel tweede leg bij kieviten maken uiteindelijk dat het een mooi en goed seizoen was.

 

2021 Westfriesland-Oost (door: Ilona Buth)

De weersomstandigheden begin 2021 maakten van dit jaar een ‘raar’ jaar. Hadden we niet alleen de invloed van corona op de vogeltellers, ook het natte koude voorjaar zorgde voor een anders-dan-normaal jaar. Veel vogels kwamen pas laat aan in de gebieden, of we zagen bijvoorbeeld de grutto mannetjes heel lang alleen staan. De natuur zou 3 tot 4 weken achter lopen op het langjarige gemiddelde. Voordeel was wel weer dat ook het gras minder hard groeide en het maaien meer naar achter werd verplaatst. Wat de vogels langer kans gaf hun broedsel groot te brengen.

Het weidevogelbeheer is één grote puzzel: Plasdras, kruidenrijk grasland, rust maar ook vooral de aanwezigheid van andere weidevogels. In sommige gebieden waren duidelijke clusters van vogels aan te wijzen, bijvoorbeeld in De Weere. Hier zaten Grutto’s, Tureluurs, Scholeksters en Kieviten zij aan zij te broeden. Dicht bijeen zodat de vogels niet alleen hun eigen jongen beschermden maar ook die van de buren. De Buizerd, Bruine kiekendieven en zelfs de vos maakten bijna geen kans. Ook een wolk van een kleine 20-tal aan alarmerende grutto’s aan de Veereweg duidde op een succesvol broedseizoen.

foto: Pieter Kok

Daar waar de weidevogels (te) gespreid zaten waren de successen minder groot tot dramatisch.

De invloed van de predatoren wordt vaak genoemd als oorzaak voor de achteruitgang van de weidevogels. In Schellinkhout zijn bijvoorbeeld diverse vossen geschoten. De vraag die nu speelt, is over een leeg territorium niet alleen maar uitbreiding of verplaatsing geeft van vossen. Feit is wel dat Schellinkhout weinig broedparen aan grutto's nog over heeft. De recreatieve drukte op het wandelpad dwars door het gebied en de loslopende honden zullen daar ook zeker invloed op hebben gehad.

Het blijft een kwestie van samenwerken: samenwerken van de vogels maar ook samenwerken van de deelnemers. Om samen de weidevogels te kunnen behouden voor de toekomst.

 

2021 Langereis, noordkant Westfriese omringdijk (door: Niels Vader)

Het afgelopen weidevogelseizoen heb ik, als nieuwe veldmedewerker kennis gemaakt met de deelnemers en hun percelen in de gebieden Langereis, Tropweere en Lambertschaag.  Voor de weidevogels was het een relatief nat broedseizoen, waardoor er laat gemaaid werd. Wel jammer voor de melkveehouders, maar goed. Helaas vielen de aantallen broedparen met name in de Langereis tegen. Qua predatie viel op dat er veel kiekendief paren zijn waargenomen in de regio, maar relatief weinig grondpredatie heeft plaatsgevonden. Het broedsucces van de aanwezig paren was gelukkig wel goed in 2021! Tweederde van de gezinnen hadden pullen bij de laatste alarmtelling in juni.

 

2021 Polder Mijzen en Beetskoog (door: Merijn Volkers)

Het vroege voorjaar van 2021 begon behoorlijk nat. Ondanks, of juist dankzij, het natte weer, waren de weidevogels eind maart al behoorlijk actief. Door de aanhoudende nattigheid en kou kwamen echter niet veel legsels uit of begonnen veel vogels toch later met het leggen van eieren. Hierdoor ontstond er in de loop van het seizoen een wisselend beeld van vogels met jongen terwijl andere nog maar pas op eieren zaten.

Het weidevogelseizoen is in de beide polders over het algemeen succesvol verlopen:

Beetskoog

In de Beetskoog is het BTS (brutto territoriaal succes) voor grutto (40 broedpaar) en tureluur (24 broedpaar), respectievelijk 79% en 73%. Van kievit (30 broedpaar) en scholekster (20 broedpaar) lag het broedsucces echter beduidend lager (67 en 45%). Met name van scholekster zijn er aan het einde van het seizoen weinig vogels met jongen geconstateerd (9 van de 20 broedparen). In de Beetskoog zijn toch zeker 5-6 broedpaar slobeend aanwezig en zijn er enkele territoria van gele kwikstaart waargenomen. Tevens zijn er verschillende broedparen van krakeend geconstateerd, maar grote aantallen zijn tot laat in het seizoen als (broed)paar aanwezig en vogels met jongen zijn eigenlijk niet waargenomen. Als laatste zijn enkele broedpaar kuifeend en wilde eend aanwezig en zijn bij de plasdras-percelen een paartje kluut en een mogelijke vestiging van visdief geconstateerd. Nesten hiervan zijn echter niet waargenomen/gevonden.

Polder Mijzen

Het broedsucces (BTS) in Polder Mijzen was, ondanks de grotere aantallen weidevogels, minder hoog dan in de Beetskoog en betrof voor grutto (160 broedpaar) en tureluur (70 broedpaar) respectievelijk 55% en 60%. En ook hier was het broedsucces met betrekking tot kievit (90 broedpaar) en scholekster (50 broedpaar) vrij laag, respectievelijk 33% en 40%. Verder is in de Polder Mijzen vrij veel broedparen eenden aanwezig, waaronder 40 broedpaar wilde eend,  36 broedpaar krakeend, 24 broedpaar kuifeend, circa 18 broedpaar slobeend, 8 broedpaar tafeleend en 2 broedpaar zomertaling. Tevens zijn er in de Mijzenpolder nog een 11 broedparen veldleeuwerik geconstateerd. Dat veldleeuwerik hier in grasland tot broeden komt, is voor het werkgebied van de ANV een unicum en worden vooral nog in de bollenvelden langs de kusstrook aangetroffen. Als laatste zijn er nog 10 broedpaar gele kwikstaart, 2 broedpaar graspieper en 2 broedpaar kleine plevier geconstateerd.

lees meer

 

 

 

Greppels vernatten

Vanaf 2017 zijn door de ANV HN greppels voorzien van pompjes, die op zonnepanelen werken. De greppels worden vernat in het voorjaar, zodat eerst grutto's  en later kievitten en tureluurs  er hun voedsel vinden. Om een indruk te geven hoe dit werkt is er een veldexcursie in april 2017  geweest bij één van de deelnemers.  Om de pompen aan t e kunnen schaffen heeft Provincie Noord-Holland subsidie verstrekt. Voor meer informatie over aanschaf pomp kunt u contact opnemen met mwagenaar@anvhollandsnoorden.nl.  Enkele voorbeelden in ons werkgebied:

 

          

      

 

26 scholeksterplateaus geplaatst

Ter verbetering van het broedsucces van de scholekster

Inleiding Al sinds de jaren 80 gaat het niet goed met de scholekster en nemen de aantallen af. Gemiddeld daalt de broedvogelpopulatie scholekster jaarlijks met 5%. Als onderdeel van agrarisch natuurbeheer is een project gestart middels het plaatsen van scholekster plateaus om het broedsucces van de scholekster te verhogen.

Aanleiding en doel Om het broedsucces van de scholekster te verhogen zijn er begin 2021 26 scholeksterplateaus als proef in ons werkgebied geplaatst. Dit jaar zijn de scholeksterplateaus gevolgd met als onderzoeksvragen: Maken de scholeksters gebruik van de plateaus en heeft het inderdaad een positieve invloed heeft op het broedsucces?

Resultaten

Van de 26 plateaus in het werkgebied van Hollands Noorden zijn er zes in gebruik genomen door scholeksters. Op twee plateaus zijn pogingen ondernomen door  visdieven maar dit leidde niet tot broedsucces omdat er een permanente verstoring van stormmeeuwen werd waargenomen. Op 5 plateaus die boven grasland stonden zijn 3 succesvol in gebruik genomen door scholeksters. Op 21 plateaus boven water zijn 3 succesvol bewoond door scholeksters.

Opvallend is de bezetting door scholeksters van plaatsing boven gras (60%) ten opzichte van water (14%). Op Wieringen waar relatief veel scholeksters voorkomen was de bezetting verhoudingsgewijs veel hoger dan in de rest van het werkgebied. Wieringen 40% om 9% in de rest van het werkgebied.

In de keuze van type plateau is geen verschil waargenomen.

Scholeksterproject Julianadorp

Enthousiaste vrijwilligers van de vogel werkgroep Den Helder hebben 10 plateaus op verschillende locaties in de buurt van Julianadorp geplaatst. Alle plateaus werden boven het wateroppervlak gesitueerd. In de buurt van enkele plateaus werd activiteit van scholeksters waargenomen. Helaas leidde dit niet tot broedpogingen. 

Herman Vos,  Veldmedewerker ANV Hollands Noorden

november 2021

Lees hier het complete verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tips voor het weidevogelbeheer

Algemeen

Om het broedseizoen van de weidevogels goed te laten verlopen, samen met de activiteiten op uw bedrijf zijn er hieronder tips opgeschreven:

  • Neem stokken mee in de trekker, zodra u het land op gaat. De vogels zien de trekker niet als een vijand.
  • Bij plots opkomende vogels extra voorzichtig zijn en een stok in de buurt neerzetten.
  • Heeft u GPS in de trekker, gebruik deze om de coördinaten van het nest vast te leggen en deel deze coördinaten met vrijwilliger of loonwerker.

Bij maaien

  • Maai uw percelen in twee blokken. Het ene blok zonder nesten: vroeg. De nesten in de overige percelen hebben dan langer de tijd om ongestoord uit te komen. Dit blok maait u later. Voor de nesten ontvangt u een vergoeding, eventueel wordt er kuikenveld afgesproken met de veldmedewerker.
  • Begin vanuit het midden te maaien, zodat jonge vogels weg kunnen vluchten naar de randen of taluds. Laat de taluds de eerste snee staan. Ook voor broedende eenden, insecten en vlinders zijn deze randen waardevol.
  • Moet u om het nest heen maaien, laat dan zeker minimaal 50 m2 gras staan. Zo’n drie meter rond het nest.
  • Blijft er één of meerdere grutto’s om je heen vliegen, dan hebben ze jongen. Om de jongen te sparen is het beste om het gras langer te laten staan. Hiervoor kunt u met de veldmedewerker bellen indien dit nog niet bekend is.

  • Na het schudden het gras weghalen wat op de eieren is gekomen, anders stoppen de vogels met broeden.

Bij beweiden

  • Nestbeschermers al een paar dagen van te voren zetten, zodat de vogel eraan gewend is.
  • Ook kunnen de beschermers eerst op afstand geplaatst worden van de nesten.
  • De nestbeschermers zijn te verkrijgen bij de vrijwillige weidevogelverenigingen. Voor adressen zie elders op de website.

Bij bemesten

  • Begin met het bemesten vlak langs het nest, dan hoeft u minder uit te wijken.
  • Let op: geen mest op de eieren, want dan stopen de vogels welllicht met broeden!
  • En bij het bemesten met een sleepslang, denkt u dan ook aan nestbeschermers over de nesten. Mogelijk kunnen de vrijwilligers hierbij helpen!

Mirjam Vlugt
April 2018